is toegevoegd aan uw favorieten.

De gronden mijner geloofs-belijdenis, opengelegd voor mijne kinderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53o NEGENDE AFDEELING.

ons nadeel zonde toebrengen) verzaken, en alle onze belangcns in zijne hand geven. Dit alles vindt gij, over» eenkomftig de leere der H. Schrift, korten tevens volledig uitgebreid , in de XLV — LIL afdeelingen van uwen Catechismus: waar bij ik voor het tegenwoordige niets tc voegen heb, dan alleen, dat dit gebed ook een gepast middel is om te vorderen in de kennïsfc onzer pligten. jAcont's leert ons niet alleen, dat hij, dien wijsheid ontbreekt, die van God begceren moet, en ftaat kan maken, dat hem de oneindige goedheid niet znl verlegen laten (g); maar ook de voorbeelden der Heiligeö fA), ja van Jefus zelve, toonen ons ook dc noodzakelijkheid daar van (<). Schoon derhalven fommigen ons hebben willen wijs maken, dat, daar alles van eeuwigheid, tot in de gcringfte bijzonderheden, door God bcfloten werd, het bidden nodeloos is, daar tog alles volgens den cens ceniaakien fchakel van gebcurtenisfen moet afloopen ; zo is egter het gevolg geheel en al ongegrond. Gr'd heeft immers dan ook middelen en einde bedoten, en dus ook in deze of die gevallen op het gebed dit of dat te fchefken: daar ons nu de uitkomst der zaken van vcoren onbekend is, moeten wij fiegts onzen pligt betragten , en vertrouwen op hem, die, zonder uitzondering, gezegd heef : bidt en gij zult sntvangett ■' ja offchoon ons gebed niet verhoord werd, hij, die geloovig, dat is met

VCrte) JACCB. I. 5, 6.

(A) Zi.' (legts ps XXV. 4. 5. XUII. 3. CXIX. ia, 19, 34 , 66, 68, 155, 135. CXLUI. 3. en vreie andere plaatfen.

(O maith. XIV, 33. marc. VI, 46. luc. VI, 12.