is toegevoegd aan uw favorieten.

Historie van den heer Willem Leevend.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LEEVEND. I05

Is dat fatfoen ? Neen: als myn Heer het dan noodzaaklyk moet wecten , ik ben met rytuig gekomen , en wel met een koets, om dat ik alleen was.

Hy. Ja, zie, Mejuffrouw, [en hy lachte vinnig,] ik weet die dingen zo niet: ei! is dat geen fatfoen voor een Koopmans Dogter? ik weet dat zo niet, zeg ik.

Ik. Ik ontfla u om dit te weeten, als gy u maar nooit met myne zaaken bemoeit; neen, dat is geen fatfoen. [Ik weet wel beter, Pietje, maar ik wilde hem plaagen, en dat gevraag voor altoos afleer en. ]

Hy fchonk een glas bier in, antwoordde niets ; zo boos was hy zeker. Mama wenkte, dat ik het verbeteren zoude. Ik was toen fterk byziende. Zy nam zyn hand; en toen haare oogcn de zynen ontmoetten, zag ik dat zyn toorn bedaarde, 't Is waar, gy hebt gelyk: Mama heeft overreedende oogen. Zy behoeft maar weinig te zeggen. Ik wilde nu maar naar haare oogen niet luisteren, 't Gefprek wierd huisfclyk tusfchcn hun beiden. Hy vroeg naar Willem ; dit verdubbelde myn aandagt. Wim is niet kwaad, van Oldenburg; (zeide zy,) zyne gebreken zyn niet in het haatlyke. Dit verftond hy niet eens. De goede Vrouw denkt honderdmaal, dat zy tegen myn verftandigen Vader fpreekt, en lieven Heer ! het is maar tegen van Oldenburg! Lief heeft hy haar; maar ik zou G 5 lic-