Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LEEVEND. 235

Mama. Goed, cn meld my .uw befluit. Wel, Renard, wat zegt gy van die Party? Jammer , dat Mama my zo op de vingeren ziet. ó Ik zou hem nog zo gaarn ook eens drillen. Aks ik evenwel ook nog eens meen te Hylyken. is Bram zeker de beste uit den korf. Maar vindt gy het niet dood euwerwets, dat zo een Hinken Bol zyne Moeder naaide myne laat klungelen, zonder tegen my zyn bakkes open te doen ? Had ik het hier vrolyker, of was Wim t'huis, kon ik met hem wat meer flcntcren , ik zou den cerzaamen Abraham Ryzig harrlyk bedanken: nu verpligt hy my, en ik ben niet ondankbaar. Ik zie hem meermaal op 't Concert; met Bram zou dat nog wel wat heen bruijen, maar hoe zal ik het met de Ouwe fchipperen? 'tls nog een Vrouw uit de Ark. Zy moet voorzien, dat zy my naar haar hand zal kunnen zetten; anders begryp ik dat niet. Hy is heel ryk, hoor ik.

Laat ik u maar zeggen, zo als 'tis! Hy heeft

hier reeds meermaal geweest, al boude ik my of gisteren dit tooneeltjc eerst geopend wierd. Ik was knorrig over uw niet fchryven; doch ik kon'tniet uithouden . . . Wat raadt gy my ? zal ik hem maar vroeg of laat neemen ?

A. L E E V E N D,

VIER.

Sluiten