Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S36

historie van den heer

VIER- en- VEERTIGSTE BRIEF.

Mejuffrouw adriana belcour aan Mejuffrouw charlotte roulin.

dierbaare lotje!

ü^ltyne geneegenheid groeit met myne bekom* mering geduurig aan. Elke periode van uwen brief ademt liefde; maar zo wel de tederBe, als de allerzuiverBe liefde; liefde, zo als in den reinen boezem myner Vriendin alleen kan ontdaan. Uw Vriend, (ik beefdaarikditfcbryf) is reeds noodzaaklek voor u geworden ! Hoe dikwyls, zedert ik uwe Brieven over hem las, hebbe ik niet vuurig gewenscht, dat de zaligende Vriendfehap, zy die ons , nog op aarde geplaatst, de vcrrukkendBe denkbeelden geeft • van een volmaakt geluk, 't welk in den hemel bewaard wordt, nooit op onze aarde was neérgcdaald, maar voor eeuwig haar vcrblyf had genoomen in die gewesten, alwaar men noch trouwt, noch ten huwlyk geeft, om dat men daar den Engelen gelyk is: Engelen , die, door groove zintuigen gecne berichten ontfangen; die alleen door gezuiverde driften bewoogen worden: dan, myne Lotje, zou de Liefde zich niet van haaren fluyer bedienen, noch onder haar onfchnldig, ziel - jnncemend gelaat zich het

te-

Sluiten