is toegevoegd aan uw favorieten.

De Arke Noach's

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2^6 )

don volgenden winter, fneeuw, hebben zouden; en genen moesten zich vergenoegen met ons te verzekeren dat hunne tweekeb'ngen op hun veertigfle jaar, waarfcbynlyk verflandiger dan op hun twintigfte, en dat zy op hun zeventigfte wat knorrig worden zouden. Even weinig als de laat den immer in ftaat waren ons een vruchtbaar jaar met zekerheid aantekondigen, even weinig konden de eerden ons voor de toekotnftige waarde hunner kweekelingen borg blyven. Of is thans misfchien de klacht over eene flegt uitgevallene opvoeding zeldzaamer? Horen wy niet te dïkwjls,helaas ! den treurigen uitroep: koe was het moog' Ijk by zttik eene opvoeding zó te worden ? Hebben wy nu minder reden om ons over de dwaasheden der volwasfene mer.fchen te verwonderen, zedert dat wy zo vele redenen hebben om ons over de wysheid der kinderen te verbazen? Heeft de Staat zo vele bruikbare burgers, als onze kostfchoolen aardige kinderen hebben?

Van waar mag het toch wel komen dat de opvoeding tot dus verre haar doel gewoonlyk mischte ? Waarom bereiken wy óéir onze voornemens met den mensch het minst, waar hy zelf noch in 't geheel gene voornemens heeft? Waarom kunnen wy hem diir het minst geleiden, waar hy zich aan onze leiding geheel overgeeft? Wy zyn toch over 't algemeen byzonder fchrander en gelukkig in het bereiken onzer oogmerken, overal waar het ons ernst is. De natuur heeft nimmer de honden tot dansfen , de vogelen tot fpreeken, de paarden tot googche len beftemd : en die dieren doen dit echter alles, wanneer wy het flegts eraftig willen. Volgens den wil der natuur moeten op appelboomen gene peeren groeien ; in Januari moeten by ons gene bloemen zyn, en in de hondsdagen moet alle ys fmeltcn; en echter zien wy vruchten en faifoenen op de plaatfen en in de tyden, in dewelken wy ze, de

na-