is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling weegens eene noodzaaklyke verbeetering der kleeding, waar in betoogd word, dat de oorzaak der zedelyke en lichaamlyke verbastering des menschdoms in het draagen van broeken gezogt moet worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C Ï9.8 )

de kinderen onzer landlieden moet tragten te beginnen.

De eenvormigheid, welke onze Schrijver wil dat 'er in de kleeding der kinderen van beide kunnen plaats zal hebben , zal altoos eene gewigtige hinderpaal in het in zwang brengen deezer kleeding zijn, en fchoon in de daad de kinderen van beide de kunnen voor derzelver huwbaare jaaren , eigenlijk als het waare geen geflacht hebben, zoo zullen egter de ouders 'er niet gaarne roe komen om hunne jongens en meisjens even gelijk te kleeden , en dus zoo hen voorkomt eene verwarring te veroorzaaken, maar daar en boven zijn 'er mijns oordeels zwaarigheeden van meer belang hier teegen in tfe brengen; men kan niet veronderflellen, ook niet eisfchen , dat de landman (van deeze word flegts in dit bevel gefprooken) zijne kinderen van bei» derlei kunne tot hun 12 of 14 jaaren , op een en dezelfde wijze opbrengt, zal dus zoo eene loshangende kiel, zonder broek, als enze Schrijver wil invoeren, den jongen, die reeds naar evenreedigheid van zijne kragten moet arbeiden, niet hinderlijk zijn; maar daarenboven toegedaan zijnde, dat deeze kleeding voor kinderen van beide kunnen even goed waare, zal dit wel aan het oogmerk des Schrijvers beantwoorden, zij zijn dus zeekerlijk in het -uitwendige van een en hetzelfde geflagt, maar zullen hunne naamen , de gefprekken der volwasfenen 9 hunne verfchillende opvoeding , en eene meenigte van andere toevallige omflandigheeden hen het onderfcheid hunner fexen niet doen gewaar worden, zal dus deeze eenvormige kleeding alleen hen hun. |e kinderlijke onfchuld doen behouden, ia weer-

' ' ' ' wil