Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o BRIEVEN.

Nochtans kon 's Vorsten gunst zyn hechtenis niet keeren.

Het volk fprak Hout; men vreesde een felle burgertwist. Men zwoer ten jongften aêm zich voor de Had te weeren;

En ging geweld en list te keer met kracht en list. Na negen maanden was de voorraad meest verllonden: De duurte nam fteeds toe; 't ontbrak de bange vest Eerlang aan fpys voor zo veel hongerige monden,

En ach', de honger baarde eerlang de veege pest. Van buiten velde 't zwaard de dappre legerfchaaren,

Wier moed voor Sion (treed; van binnen fcheen de dood In 't uitgemergeld volk door al de ftad te waaren;

De burgerftand bezweek; de rykdom fchreide om brood; De jammrende armoe trok, door honger uitgelaaten,

Verworpen fcruik en blad haar broedren uit de hand; De onnoozelheid verfmachtte op de onbevolkte ftraaten;

En Levy zocht zyn fpys in bloed en ingewand Van de offers, God gewyd. Ginds bood een droeve moeder,

Mistroostig, 't gierend kind haare uitgedroogde borst; Terwyl eene andre, door den hoogften nood verwoeder,

In haar geftorven fpruit de tanden zetten dorst. Hier wierd een talryk huis door veege pest getroffen; Daar bleef een broeder dood by 't brocderlyke graf;

Ginds

Sluiten