Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

MARTIAN en JENNY,

noch oordcel, noch gevoel genoeg bez't, om haarewaarde te kennen en te genieten, en zulke fchoone leden moeten bedorven worden , door dén zwaaren aibeid die onnvddei.jk aan den boerenfland verknocht z'jn; daar w:j, integendeel, onder onze geadelde dames en vrouwen Vnn aanz'en, zoo veele voorwerpen heDben, 'die or.s van hunne liefde doen walgen, en welken wij echter ^'waas genoeg zijn, tot onze echtgenooten uit'tekiezen, om hierdoor of gemakkelijker te leeven, of 'ons fórtuin voorttezetten? — dan, wat wil men?... foortgelijke aanmerkingen zjn reeds duizendwerf, door alle tijden heenen, gemaakt, zonder het den wljsgeerigen menfehenkenner immer gelukt is , in dit geval, het menschdom te kunnen befchaavcn.

Denk evenwel niet, BERTRAM! Ichoon ik u vraag om dat meisjen te'koomen z.en, ik het doe met oogmerk om haare rust te ftooren of haar ongelukkig te maaken-; verre van daar ! ik heb eerbied voor het ongeluk van haaren ftaaf, en, hde groot cok mijne fpotzucht, ten opz;chte der vrouwelijke eerbaarheid moog zijn, hoop ik nimmer in het geval te köomen, dat ééiie onfchuldige, van -wat rang zij ook zij, de vloek des hc els over mij inroepe!

Nu, mijn vriend! ik \eriang u fpoedig te zien, en ben intusfehen

Uwen

VAN HOOGWERF.

v.

Sluiten