is toegevoegd aan uw favorieten.

Henriette van Grandprè.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE BRIEF. 83

wreed tegen uwe Kinders zijn! Waar is mijne

arme Hemiette , als haare Moeder haar ontrukt mogt

zijn? Zij zij der menschheid aanbevoolen!....

Lief Meisje 1 God weet, dat uwe Ouders uw ongeluk

niet gezocht hebben! Vergeef mij,

brave Rousfillonl Ik kan U niets meer fchrijven;

mijne oogen fcheemeren koom haastig bij uwen

vriend!.... Die fchok is te zwaar, veel te zwaar!.. Ik zal uw geld behouden , ontvang 'er mijn' dank voor; als ik herftellen mogt, zullen wij afreckenen... nu, edel vriend! haast U naar uwen

Grandpré.

DERTIENDE BRIEF.

De Graaf van Hurt aan Pollisfon.

Haast U! maak dat ge, binnen twee uuren , b:j mij zijt! De fchuilplaats is uitgevonden, en ik beloof mij zeiven met uwe hulp, noch deezen nacht, het geruste bezit van die fclroone Vrouw. Ik moet U, in weinige woorden vertellen, hoe ik haar verblijf te weeten ben gekoomen.

Gij kent de getrouwheid van mijn Kamerdienaar; hij heeft zich, verkleed gelijk een Bedelaar, naar het dorp begeeven, alwaar de Zuster van de listige Juli* F 2 wooudt,