is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tydkorting aan den IJssel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5jg FoifRosE en Adelaïde,

Icudde die daar den weg naar volgde, en die door eene Herderin geleid wierd, welker gang hen verwonderde. Zy komen nader by, en zy hooren eene hemelfche ftem, welker treurende en aandaenelyke klanken, de echo's deeden klaagen.

,, Wat blinkt de ondergaande zon met een zagt

licht! Dus is (zeide zy,) dat, op het eind van 9, eene vermoeijende loopbaan, de uitgeputte ziel

zich in de zuivere bron der onfterffelykheid ., gaat verjeugden. Maar helaas, wat is dat eind „ yerre af, en het leeven fleependl" Terwyl zy deze woorden fprak, verwyderde zich de Herderin , met haar hoofd voor over geboogen ; doch de onachtzaamheid van haare houding, fcheen haar postuur en haaren gang nog meer edelheid en majesteit by te zetten.

Getroffen door het gene zy zagen, en nog meer door het gene zy gehoord hadden, verdubbelden de Marquis en Marquizin pe Fonrqse hunnen flap om die Herderin in te haaien, welke zy beide bewonderden. Dan hoe groot was hunne verbaasdheid, toen zy onder het eenvoudigfte kapzel, onder de nederigfte kleeding, alle de beyalligheden, alle de fchoonheden der jeugd vereenigd zagen! Vrees niets, myne dogter, zeide haar de MarquiSin, ziende dat zy hen ontweek; wy zyn reizigers wien een ongelukkig toeval verpligt, in deze hutten eene fchuilplaats te zoeken om den dag af te wagten. Wilt gy ons derwaards den weg wel wyzen? Ik beklaag u, Mevrouw, zeide haar de Herderin, de oogen neerflaande en al bloozende.;

de-