is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tydkorting aan den IJssel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22$

Laürette, of hit

Ven, en met my te ontbyten. — Schoon de taal van den Ridder het voorkomen wel had van opregtheid, was Lüzy nog niet van zyne vermoedens terug gekomen. Gy zyt, zeide hy, denzelvden avond, en op hetzelvde uur verdweenen, gy hebt u veertien dagen fchuil gehouden ; ik weet daarenboven dat gy haar bemint hebt, en dat gy haar gaarne gehad zoude hebben, op denzelvden tyd toen zy met my is doorgegaan.

Gy zyt wel gelukkig, antwoordde Soligny, dat ik in de luim die my beftierd, nog genoeg achting voor u heb, om my nader te verklaaren. Laürette is denzelvden avond vertrokken als ik ; daar op weetik geen ander antwoord, dan dat dit eene van die toevallige gebeurtenisfen is, die het flot maaken van veele romans. Ik heb Laürette zoo fchoon als een engel gevonden, en ik had haar gewisfelyk gaarne gehad; maar zoo gy den hals wilt breeken aan allen die hier aan fchuldig zyn, beklaag ik de helft van Parys. Het voornaame punt is dan, het geheim van myne reis en van myn afzyn. Hoor toe, ik zal het u verhaalen.

Ik beminde Mevrouw de Blanson , of liever ik beminde haar geld, haare geboorte, haar crediet aan het Hof; want die vrouw heeft alles voor haar, behalven haar eigen perfoon. Gy weet dat fchoon zy, noch jong, noch bevallig, daarentegen zeer aandoenelyk is, en ligtelyk vuur vat. Ik was dan gedaagd in haar te behaagen, en ik zag geene onmooglykheid, om, zoo als men het noemt, gelukkig te zyn, zonder tot het huwelyk te komen,