Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 A S P A S I Ai

haar vervolgens, op welk eene wijze hij kennis met hem gemaakt had; hij merkte aan, dat de hemel de gebeden der rechtvaardigen altijd verhoort; „want," zeide hij i •>■> wij vinden in deezen vreemdeling die zelfde ge„ voelens van goedertierenheid weder , welken wij in ,, onze lieve jonge juffer bewonderden. Laat ons dan den hemel danken voor de befcherming, welke dezel„ ve ons verleent!" Dit gezegd hebbende, ftond hij en de geheele familie op , gaande in eenen zagten en verkwikkenden flaap de nieuwe krachten zoeken, welken zij nodig hadden, om in den aanftaanden vroegen morgen hunnen arbeid te hervatten.

VIII. HOOFDSTUK.

D E ONDERHANDELING.

Den volgenden dag begaf zig de vreemdeling, zo als hij beloofd had, weder naar het kleine huis; hij vond daar reeds den intendant, welke, zeker door eenen aandrang van nieuwsgierigheid, om een mensch te zien, die zodanige edelmoedige gevoelens bezat, gedreeven, zig reeds bij tijds derwaards had begeeven. Deeze intendant was reeds zedert veele jaaren op het kasteel geweest; zijne goedhartigheid en eerlijkheid hadden hem de liefde en agting van alle de dorpelingen verworven. Hij was de man , van welken zig juffer Hanbury gewoonlijk bediend had , om haare liefdegaven uit te deelen.

Daar hij reeds door den grijsaart eenig bericht had van het oogmerk van den vreemdeling, had hij ook met zijnen nieuwen meester, wiens neiging tot gierigheid

hem

Sluiten