is toegevoegd aan uw favorieten.

Aspasia. Eene Engelsche geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A S P A S I A. 105

lieden gehad. Hij eindigde met te zeggen : „ ik heb „ den vijand, omcingeld, en 'er geweldig onder doen „ fchieten; niet een is mij ontfnapt; allen zijn zij door „ mijne hand gefneuveld." „ En hebt gij ze vervol„ gens niet opgegeeten ? " vroeg hem de heer Travers zeer koeltjens. „ Opgegeeten 1" herhaalde de collonel met eene trotfche houding. „ Wel ja," voegde hem de andere toe „ dat zou voor u niet buitengewooner „ geweest zijn, dan het voor ons zoude weezen, zoo „ wij aan uwe verheeven vertellingen geloof floegen.'» „ Zonder uwe hooge jaaren," hervatte de collonel in woede, „ zonder uwe hooge jaaren, mijn heer!" „ Ach 1" zeide hem de heer Travers „ ik geloof waarlijk, mijn „ heer! dat onzer beider jaaren ons wederzijds tot eene „ goede befcherming zijn ; maar ik dank den hemel, „ mijn lieve vriend! dat wij het einde van uwe moord„ daadige wapenen gezien hebben." „ A propos ," riep de collonel, veinzende hem niet te verdaan „zal „ Mylady Derville mij de eer gelieven aan te doen, van „ eenen dag te bfepaalen, om met haar gezelfchap het „ ontbijt bij mij te komen neemen? " Daar men kwam zeggen dat de rijtuigen gereed waren , gaf zij geen antwoord op deeze vraag , en men ging naar Ranelagh. De heer Travers oeffende onder weg zijnen fpotzieken geest tegen den armen collonel, en richtte zijne billijke en fchrandere aanmerkingen , welken hij op dit onderwerp maakte , tot Aspafia, die zeer vereerd was dat zij zijnen aandagt verdiende. Wat Lady Derville betrof, die zig in dezelfde koets bevond , deeze fcheen weinig fmaak in het gefprek te hebben.

Toen zij aankwamen , gevoelde Aspafia die verrasfing en verwondering , van welken geen vreemdeling G 5 zich