is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Petermanneken. Eene spookgeschiedenis uit de dertiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Ê5 93 <ÜS?>

Naauwlijk vernam de Sultan, dat een fiaaf den ont. vloogen papegaaij bragt, of bij liet hein aanftonds voor zich leiden. Hij ijlde hem zelfs te gemoet cn zond, voor dat hij nog de bede van den armen Rudolph hoor.' de, naar de Sultane. Snellijk vloog deeze derwaards, floeg den fluier op om den geliefden vluchteling te kusfchen, en dc verbaasde Ridder zag in deeze Sultane Euphrofme, de dochter van het besjen, voor zich Uraan. Nog altijd twijfelend, nog altijd zijne oogen mistrouwend, ftond hij gelijk een beeld; toen Euphrofme. zich tot hem wendde en hem in de duitfche taal antwoordde :

E u p h r. o s i n a. En gij, Rudolph, hebt gij mijnen papegaai gevangen?

Sultan. (Tot Euphrofme, Italiaansch fpreekende. ) Kent gij deezen llaaf ?

Euphrssina. Hij is, als ik mij niet geheel be. <ftiege, een van mij welbekende Ridder uit Duitschland. Verwonderd, mij hier te vinden, kan hij niet fpreeken. Naar zijne kleeding te oordeelen, wilde hij in het heilige land eene bedevaatt doen en werd gevangen.

Sultan. Vraag hem, wat hij wenscht en ver-; langt. Ik wil, mijnes eeds gedachtig, hem verhooren.

Rudolph. (Alles rondom zich yergeetendef) Gij?, gij hier, Euphrofine? gij de vrouw en de beminde des Egyptifchen Sultans?

Euphrosina. Heer! hij fmeekt om vrijheid en letven.

Sultan. Beide zij hem gefchonken, en boven dien. esn zekere vrijbrief, dat bij alle oorden tvan het

Jood-