is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Petermanneken. Eene spookgeschiedenis uit de dertiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ik vergoeden, 't geen ik roofde, ongedaan maaken* 't geen gebeurde, ik zonde mijn leeven gaarn daar voor opofferen.

Johanna. ( ferwomlenl. ~) Hoe ? gij heb berouw over uw bedrijf? Gij zondigde niet voorbedachtdiik?

Rudolph. Neen uit overmaat der alvermoogende liefde ! Deeze vervoerde mij, deeze maakte zich meester van mijrr verftand, dat mij nu overluid toeroept : Gij hebt onedel gehandeld! Gij hebt het tneisjèn uwes harte zwaar beledigd! Gii metigt om 'geene veraeevirtg fmeeken; want gij hebt er geene te hoopen. Trek heen, beledigde Engel! Trek, werwaards u uw noodlot roept, en kan goud mijne euveldaad verzoenen, neem dan alles met u, wat ik bezitte.-

Johanna had uit liefde gegeeven, wat Rudolph uit wellust eischte, en offchoon zij hem reeds, als haaren verleider gezind was te haaten, zoo beminde zij hem evenwel vuurig en fterk. Deeze liefde barste in vo'le vlam uit en verkreeg meer vermoogen, toen zii hoorde, dat hij niet met een boosaartig opzet, maar gelijk! zij, uit overmaat van liefde gevallen was. Zij vergaf den bemhrnenswaardigen verraader alles, zij zonkfinachtend aan zijnen boezem. Ik blijv' eeuwig bij ui was alles, wat zij fpreeken kon.

Wordt hevige, innige liefde door tegenftanddoor aandrang van het geweten eenigen tijd verhinderd cn onderdrukt, dangeli kt zii eene rivier, wier fncllen loop men door dijken tracht te beteugelen; zij zwelt tot eene vervaarlijke hoogte, zij overltroomt eindelijk den dam, ondermijnt zijne vastigheid, rakt ben ter neder, lolt onophoudelijk voord, en verwoest de ganfehe land-

ilreek.