Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den vertaaler. xxxvii

,., zeeten is, en, bet welk onbermhartig „ is, zij werdt daarom voor drie jaar „ in het tuchthuis gezet." „ Dat is „ niet recht," antwoordde gaszner, „ arme lieden ftellen, om aelmoezen „ te verkrijgen, zig wel eens als be„ zeetenen aan, doch geen perfoon als „ deze; zij is waarachtig bezeeten: die „ het niet gelooft, beledigt haar in „ heur eer, en begaat eene doodzon„ de!" Hij vroeg verder: hoe zijt „ gij bezeeten geworden ? — door een fpijs heb ik den duivel ingekreegen. Naa dat de bezweerer haar nog eenige vraagen gedaan hadc, verwekte hij fluiptrekkingen in haar, deedt haar omfpartelen op den grond, en herftelde haar weder; deze algemeene proeve moest vooraf gaan. Daarnaa plaatfte hij heur hand op de tafel, en riep tot driemaal: „ Deze hand moet ftijf, ftok-ftijf zijn." Een onderzoekend en dapper man, willende hiervan overtuigd worden, ügtte den eenen vinger naa den anderen op, !* 7 eh

Sluiten