Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 21 )

IV. Orverrrogende Gemeenten moeten, in geene

deele, aan zigzelf worden overgelaten. Dit

is anfi hristelijk en daarmede i;eb ik alles gezegd. Op vyeike wijze egrcr, onricr welke bepalingen , met welke gevolgen voor die onvermogende Gemeenten, zulks zal moeten werkdellig gemaakt worden, zal eerst dan nader in aanmerking behoeven enbehoore-n te komen, wanneer mm, met de algemeene werkfaamheden van huishouding, enfinantie, tot meerder confidentie en bJlemdheid gekomen is.

V. Terwijl ook eindelijk voor den geestelijken w elftand onzer overgeblevene of overblijvende Colonien zal moeten gezorgl worden; ten einde ook aldaar niet, door gebrek aan gepa>t ondciwijs en goede voorbeelden, alles verloren, maar, zo veel het mogelijk is, het goede, dat er met opligt tot! Vare Godsdienstigheid en Christelijke zeden mogt overig zijn, behouden blijve. En dit moet van hier gefebieden. Hier ligt de wortel, op welke de (lam geplant is , welke fommige harer takken, zelfs in verafgelegene gewesten , moet uitbreiden. Tot dit alles zijn gelden noodig. Fondfen moeten er derhal ven opgerigt en behoorlijk geadministreerd worden; ten einde aan 't geheel'e ligchaam, zowtl als aan de bijzondere leden en gedeelten van hetzelve, de noodige levensfappen toegediend, en er dus eene werkfaamheid kan voordgebragt worden, welke beantwoordt aan het groote einde

de inftandhouding van den openbaren Hervormden B 3 Gods-

Sluiten