is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneelpoëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«3* LOUIZE D'ARLAC.

Adusta.

ïk bid, verfchoon uw' deerniswaarden Vriend. De loffpraak, door uw' mond uw minnaares gegeeven, Is de oorzaak van myn fchuld en uw rampzalig fneeven. Die loffpraak wekte in my begeerte om haar te zien , En wie, die haar befchouwt, kan lang haar weêrftand biên? Haar fchoonheid dwong myn hart, onwillig zelfs, tot minnen. My bleef noch hoop noch tyd om ooit haar hart te winnen Ten zy ik haar vervoerde, en naar myn Staaten bragt. Myn list gelukte my. Ik zag haar in myn magt, Toen gy door uwe komst myn blyde hoop verplette; My van myn' buit beroofde, en uw meestresfe ontzette. Vervoerd , verwoed door toorn en liefde en minnenyd, Bragt ik u in den ftaat, helaas! waarin gy zyt. 'k Zal door myne eigen hand uw' toorn voldoening geeven; 'k Wil met u fterven, nu gy niet met my kunt leeven. Myn ziel zal met uw ziel, om u ten dienst te ftaan, Het Apalietsch gebergt' gewillig overgaan, 'k Zal onophoudlyk u myn vlyt en trouw betoonen, Totdat in 't einde uw gunst myn misdaad zal verfchoonen; Totdat gy me, als weleer, uw vriendfchap waardig vind.

Otocara, tegen Satouria en Gourges. Vergeeft hem zyne fchuld.

Tegen Adusta, hem de hand toereikende, die Adusta

met vervoering kust. Adus-