Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ridder vind zijn trouwe knaap Hier, met zijn moedig ros;

En zet zijn fchoone Angelica, Nu achter hem op 't ros.

Daar vloogen (lot en wal en gracht

Voor bij hun oogen heen'. Daar't windje fpeelcnd met de blaan,

Haar een vervolger fchcen.

Er ligd, bij d'oever van de zee,

Niet ver van 't oude (lot. Belommerd door Caltagne-loof

Een wijde koele grot.

Hier kwam, bij zoele zomer-dag Vaak Harewood's jeugd bij een;

Als op het vlak der effen zee Geen golfje meer verfcheea.

Sluiten