Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 35 )

maakt, volgends welke ieder verklaard wierd vervallen te zijn van den Eigendom van zijn huis* hoe ook verkreegen, en hoe lange ook bezeten, wanneer hij niet bewijzen kon, dat hetzelve door hem, of door zijne Ouderen, aangebouwd was. Het zoude boven dien een last en eene bezwarende ongelijkheid voor de Gereformeerden, als een Godsdienftig Lighaam befchouwd, zijn, die op hun gelegd wierd, niet alleen boven andere perfoonen, maar ook boven andere Godsdienftige Genootfchappen , waar onder, bij voorbeeld, deLuterfchen in Utrecht en in Amersfoort, die aldaar meede een Kapel van Stads wege hebben verkregen, en zelfs ook in de laatstgemelde Stad eenige penningen tot verbeteringe van dezelve ontfongen.

Sommigen hebben daarom gemeend, dat aanbouw hier alleen als een voorbeeld aangevoerd was, en geenzins om andere, althans niet min wettige, Titels uit te fluiten. En ook in deze uitr legginge, in rechten gansch niet ongewoon, of ongegrond, zouden de Vertoneren mede gaarne beruften.

Dan in zo verre men mogt meenen dezelve niet te kunnen aanneemen, en men dus noodzakelijk tot eene andere komen moet; fchijnt zich die van zelve op te doen: indien men hier de afzonderlijke Kas der Gemeente befchouwe, als overgefleld tegen algemeene Stads of Dorpskasfen; gelijk zij ook natuurlijk daar tegen overgefteld is.

Duidelijk genoeg ziet men, dat de Opftellers van dit Artikel, door aangebouwde Kerken en C a Pa-

Sluiten