Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 236 3

Hoe zeer dan het Hof ordinaris justitie oeffene, of de ordinaire forme van procedecren in acht neme,

■ en m dien zin, een ordinaris Regter zijn moge,— is het zelve echter geenszins , de ordinaire, dageiykfche, en competente Rechter der Burgers en Ingezetenen van dc S:eden . ter eerfter inft ntie, maar

alleen in cas d'appel welke die.shalven niet

behooren, en volgens voorfz. Staatswetten niet mogen, ontzet worden van het faveur, of zoo als't Hof zelf erkent, dat onvervreemdbaar Recht der Inf

•[ gezetenen, van eerst vot>r den Rechter hunner woonplans gehoord en gevonnisd te worden, en da.rna, poftis terminis, re mogen -jouisfecren van het door 't Hof zelf geroemde , en als een voorrecht geconfi-

• dercerde, middel wan appel.

Dit toch zou het groote en irreparabele grief zijn voor Stedelingen, die bij delegatie of bij overgifte der Stedelijke Rechtbanken, zonder hunne eigene toeftemming, voor het Hof wierden teregt gefield: waeromtrent het Hof zelf bij de meergemelde remonftrantie, aenmerkt, dat aen de overweging van Hun Ed. Gr. Mog. niet behoeft te worden voorgedragen „ welk een uitnemend Voorrecht het middel van hooger beroep is voor een befchuldigden, die niet, of niet „ volledig geconfesfèerd heeft, en welk een groot „ prajudicie het ovcrzulks voorhemis , daarvan ver„ ftoken te z;jn. ——

[mmers dit blijft altijd waar, en op alle Rechtbanken., uit feilbaaremenfchen befiaande , applicabel, ook dan, wanneer dezelve éénerleie form van procedeeren ia acht nemen.

3n, —■ zoo die Exceptie al eens wierde gerejecteerd

da*.

Sluiten