is toegevoegd aan uw favorieten.

De recensent, of Bydragen tot de letterkundige geschiedenis van onzen tyd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Hemert's Tweede Brief aan Bonnet. 431

«onnet , even gelyk veele andere calvinistifche fchryvers, 'er zeer op gefield is om het byzonder ftelfel van zyne eigene kerk voortedraagen als dat vau het gantfche proteftantendom, en zich van deeze uitdrukking bedient in eenen zoo bepaalden zin, alt die allen uitfluit, welken , fchoon zyvan de Nederlandlche vastgeftelde leere verfchillen , nogthands een gelyk recht hebben tot dee. ze benaaming,die alleen betrekking heeft tot derzelver ontkenning van het gezach der Roomfche kerk, en geenszins hunne verder» byzondere leerbegrippen voordraagt.

De fchryver befluit zynen brief met eenen wensch, waarmede wy ons hartlyk vereenigen, „ dat de Allerhoogfte ,die ryk is in „ bermhartigheden, door zynen verlichtenden geest, de kris„ tenheid meer en meer de waarde van zyn godlyk gefchenk,

de rede, doe kennen; ten einde dezelve den weldaadigen in„ vloed van haaren redelyken godsdienst, in ruimer maate moogs „ ondervinden; derzelver verfchillende belyderen zich hoe lau„ ger hoe meer over hunnen ouden haat fchaamen; de wysbe„ geerte , als de weldoendfier van het menschdom, zich meer „ openlyk vertoone, haare rechten tegen den wanfchapen men. „ gelklomp van fchoolfche compendiën en hoogvliegende fpits-

vondigheden, verdedige, en haar veelvermoogende hand, ter „ herftelling der misvormde gedaante van het gezegend krisiea* „ dom , leene!"

Art. VI. Bydragen tot bevordering van Waarheid en Godsvrucht. Eer/ie ftuk, Te Amftcrdam, by M. de Bruyn, ia gr. De prys is ƒ 1; 5: -

Een genootfchap van zeer gemaatigde godgeleerden , welke alle tot de heerfchende kerk van dit land behooren, tradt, thand» ruim twee jaaren geleeden, te voorfchyn, met het loflyk oog. merk, om eene verzaameling te maaken van nuttige, kleine gefchriften, welke tot bevordering van kennis en deugd konden ftrekken , en tevens dienen om op eene bezadigde wyze de Hellingen van hunnen godsdienst op te helderen en te bevestigen, of ook om aan eenig deel der gewyde openbaaring eenig meerder

licht by te zetten, Het voornaame doelwit van dit eerwaar.

dig genootfchap bepaalt zich echter byzonderlyk tot het predik, wezen, en alle die maaken, welke tot de herdedyke deelen van het leeraarambt eenige betrekking hebben; ten Welken einde zy eenige zeer goede Duiifche gefchriften tot hunrie gidzen gekoozen hebben. Een zo loflyk voorneemen verdient by allen die •nzydig deuken, de hoogfte goedkeuring, vooral wanneer het-

I, deel. Efl Zih