is toegevoegd aan uw favorieten.

De recensent, of Bydragen tot de letterkundige geschiedenis van onzen tyd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sy dra gen ttt bevordering van Waarheid en Godsvrucht. 435

bericht, blz. 9., te regt als een fekoon ftuk aangepreezen. -—— Deszelfs oordeelkundige opfteüer tragt in dezelve niet alleen da zodaanigen gerust te Hellen, die gewoon zyn om alle veranderingen, welke men in de gecanonifeerde overzetting der fchriften van het Nieuwe Testament trage te maaken, met het angstvalligst oog te befchouwen, en tegen dergelyke onderneemingen, als tegen gevaarlyke nieuwigheden ten hevigften uit te vaaren; maar ook tevens aan den anderen kant, zo wel aan die geenen, welke der. gelyke verbeteringen by de hand neemen, als aan hen, ten wiena nutte dezelve gefchieden, zekere waarheden te herinneren, wel« ke hoe bekend en duidlyk dezelve ook moogen zyn, echter te dikwerf door beide de partyen veronagtzaamd en in vergetelheid gefield worden. De hoofdzaak, welke hy wil voordraagen, koomc hier op neder: dat overzettingen vooral van de Euangelifche en jipoftotifche fchriften, of verbeteringen van de oude overzettingen, geene geringe onderneemingen zyn; en dat het inzonderheid veel ge' waagd is, het goede, het welk 'er reeds is, nog te willen te boven gaan. Ten dien einde doet de fchryver den leezer ten duidlykften bezeffen, dat tot het wel vertaaien, of tot het verbeteren van eene oude overzetting,eene zeer grondige kennis vereischt wordt, zo wel van de leerftukken, welke in de gewyde fchriften vervat worden, als van de taaien in welke dezelve gefchreeven zyn. Hier op toont hy ten opzigte der leerftukken aan, dat 'er een zeer groot onderfcheid is tusfehen het bevatten van den eenigen waaren zin der fchriftwoorden, en het aanleeren van derzelver uitlegging, volgens een zeker aangenomen faamenftel van godgeleerdheid, het welk men voor waarheid houdt, alleen om dat men by het zelve opgevoed en aan het zelve gewoon geworden is; het welk niet zelden ten gevolge heeft dat de overzetters, weggefleept door de zogenaamde analogie des geloofs, hunne eigene begrippen, in plaats van den waaren zin der woorden van het oorfpronglyke, aan het algemeen voordraagen; iets, het welk den fchryver te regt ook min gunftig doet oordeelen over die overzettingen, welke men gewoon is vry te heeten, en in welr ke men voorwendt zig niet aan de woorden en uitdrukkingen der gewyde fchriften, noch aan het verband en de orde der. zelve, maar alleen aan den waaren zin en meening te willen verbinden. Dit toch acht hy met den aart eener wezenlyks overzetting te ftryden, als van welke het eigenaartige, zyns oordeels, hier in gelegen is, „ dat men de gedachten, welke de ■x fchryver in eenen anderen verwekken wil, door woorden zy„ ner taal, die hy in eenen bepaalden zin bezigt, volgens de „ regels van het fpraakgebruik en van de kunst om zich naauvv» „ keurig uit te drukken, in eene andere taal met woorden van v volkoomcn gelyke beteekenis, in dezelve orde en kragt, in E % s n <Uajr