Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

506 maandlyksche katalogus, Mengelwerken, &c;

genheden altoos; „Hoor, Abraham Blankaart, dat is voorn

„ „ niet gefchreeven, myn vriend !" Maar zyn 'er lieden,

„ die het verdaan, ik mag het heel wel lyden, voor my is het

een geflooten boek."

Jlrt. 23. Staats- en karakterkundige byzonderheden , betreffende Frederik den II. koning van Pruisfen. Uit het hoogduitsch, twee deelen. In 's Haage, by I. van Cleef, 1787. De prys is f 3:12:-

Offchoon eenige eenzydige waanwyzen de ouden moogen verheffen, is het echter zeker dat de hedendaagfche fchyvers hen in geestigheid en vernuft verre overtreffen; en niets kan een fterker bewys hier vooropleveren, dan de zeer gemaklyke wyze waarop de letterkundige weetenfchap in onzen tyd zich uitbreidt, en het getal van boeken daaglyks vermeerderd wordt. Misfchien zal hier van tot reden gegeeven worden dat de drukkunst ons een voordeel boven hen vergunt. Dit kan niet ontkend worden; doch onze groote fchrarderheid is niet zoo zeer gelegen in de uitvinding, als wel in het oeffenen eener kunst. Ware de drukpers den ouden bekend geweest, waarfchynlyk zouden zy zich van dezelve bediend hebben, alléén om afdrukfels van een en hetzelve boek te vermenigvuldigen. Daarenboven waren dezelven nog aan onverandwoordlyke vooroordeelen verflaafd, met betrekking tot orde, naauwkeurlgheid, wel famenhangende bewyzen, en andere vereischten van even denzelven ouderwetfchen aart, die den fchryver zeer veel moeite kosten, en zyn werk droef en verveelend, ja voldrekt ongefchikt maaken voor de boekeryen van befchaafcc lci-zers, welken aan meer nieuwerwetfche oefteningen en nafpooringen te fterk zyn overgegeeven, dan dat zy zig zouden kunnen ophouden met boeken, die eenen doorgaanden aandagt en een diep nadenken eisfchen. Zeer gelukkig voor dit talrykst foort van leezers, dat wy thands fchryvers hebben, die hunner nieuwsgierigheid kunnen voldoen, zonder hunne harfenentevermoèijen, of zelf hunnen aandagt te behoeven in te fpannen; en hen van werken voorzien, die zy kunnen beginnen of eindigen op welke bladzyde het hun ook behaage, zonder daardoor eenig het allerminde nadeel aan de orde toetebrengen;jaal ware het dat zy zig onder de handen van den kapper in flaap lazen, zoo kunnen zy by hun ontwaaken zelf voortleezen, zonder zich eenige de geringde moeite te geeven om den famenhang weder te vinden tusfchen het geene hunne opengaande oogen ontmoeten, en dat geene, waar zy dezelven flootcn. Doch het vernuft van dat flag van boek. maakers bepaalt zich geenzins alleen by de werken, die zy uitgeeven; maar hetzelve draalt nog duidlyker door in hunne wyze van de

zei:

Sluiten