Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handelingen der Apofteien. Hoofdft. XXX. 515:

•brooken was; om welker wil Johannes in zyn Evangelium den echten en rechten zin deezer uitdrukking vaftgefteld heeft; zo hebben zich nogthans de dwaalingen der Gnojliken, by welken deeze naam gebruiklyk was, reeds lang voorheen,byzonder in Afie, geopenbaard. Maar nu werd dit Boek aan de zeven Gemeenten in Klein Afie overgegeeven ; en of leb on in de Apocalyptifche Brieven, aan ha-r gefchïe»ven, veel in die Gemeenten berust wordt; volgt nogthans daaruit niet, dat zulks eerft van katere tyden gelden kon, toen zy reeds van fafltfe eerfte zuiverheid afgeraakt warén. Went het ontbreekt toch gantfeh niet aan voorbeelden van andere Gemeenten, in welken niet lang na h:;are ftichting menigerleie ongeregeldheden ingefloopen waren.

§. 100;

De twe5c2 Brie? van Paulus aan Timotheus.

Alhoewel her ons aan omftandige berichten nopens de laatje reke "an den Apoftel Paulus ontbreekt; zo v:r>.din wy nogthans in den tweeden Brief van Paulus san Timotheus eenige fpooren, waaruit men nvt veele waarfchynlykheid beftemmen kan, welken weg hy genomen heeft. In den Brief aan Titus, in het vier en zeftigfte jaar na Chriftus geboorte gefchreeven, had de Apoftel gemeld, dat hy den eerftkomenden winter te Nicopolis in Eithynie wilde doorbrengen (a). Van hier is hy derhalven, gelyk het fchynt in de Lente, vyf en zeftig jaar na Chriftus geboorte,over Troas naar Macedonië gereisd, om, gelyk hy zulks

be-

(a) Boven $. 9s.

Kk %

Sluiten