Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handelingen der Apofteien. Hoofdft. XXX. 517

wanneer mer. hem van Cefarea gevanglyk naar Rome voerde. Want op deeze zeereize langs de kuiten van Klein Afie, kon men wegens tegenwind naauwlyks Gnidus bereiken (g), 't welk veel zuidIvker ligt. Veelminder heeft hy m dien tyd. lroas aangedaan: en IQ Corinthus is hy ook op deeze Zeereize niet gekomon. Wilde men zeggen, dat hy Eraftus te Corinthus gelaaten had, toen hy van daar naar Jerufalem reisde; zo ware het onnoodig ge weeft, zulks thans eerft aan Timotheus te melden, welke zich toch toenmaals zelf by Paulus be-

vond (h). . ,

Maar 'er zyn nog andere fterke gronden, ukwcken blykt, dat deeze Brief niet in de eerfte , maar in de tweede gevangenis van Paulus te Rome gefchreeven is. Want, om nu niet te zeggen, dat Paulus daar in van verfcheidene Hulpgenooten, die by hem waren, toen hy den Brier aan de C<jlosfers fchreef, bv voorbeeld, Ariftarcnus, Jejus enEpaphras niet fpreekt; integendeel andere naumen vookomen , als Eubalus, Pudens, Linus en Claudia(i)*, insgelyks dat Demos, vani wien hy in den gemclden Brief eene groetnis deed (*),, hem thans uit vreesachtigheid verlaaten, en naar lesjalonica getrokken was O); nier* minder dat lrm°' theus en Marcus nu eerft by hem zouden komen Cm), welke zich toch toenmaals te Rome bevonden (n): dus waren de omftandigheden zyner tegenwoordige

gear) Hoofdft XXVII.; 7. (h) Hoofdft. XX: 4. (O 2 Tim. IV: 21. (k) Col IV: 14. ( n 2 Tim. IV: 10.

ff) Men'z" PHtL.I: Iï CouJa ï. Hoofdft. IV: te

PUILEM. VS. 24.

Kk 3

Sluiten