Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

518 Oplosfing der zwaarigheden in de

gevangenis te Rome (o), gantfeh anders gefteid, dan by de eerfte. Toenmaals had zelf zyne gevangenis veelen opgewekt, om de Chriftlyke leer vry te verkondigen (ƒ>). Nu verlieten hem allen, en onderwonden zich niet, iets tot zyne verdediging bytebrengen (q). Toenmaals kon een ieder hem in het huis, welke hy gehuurd had, vinden en fpreeken (r). Nu fchynt by in eenen kerker ingeflooten geweeft te zyn; zodat Onejiphorus moeite had, om hem uitte vinden Toenmaals washy ook wel bereid om te fterven (O; maar had nogthans de verzekerde hoop, om weder in vryheid gefteid te worden Cu). Maar nu zag hy niets anders, dan zyn kort aanftaand vertrek uic de waereld door eenen bloedigen dood voor oogen, en verwachte, ra volbragten loop, en geftreeden ftryd, bereids de Kroon, die voor hem weggelegd was (jc).

Men werpt wel tegen, dat de vermaaning aan Timotheus, om de begeerlykheden der jongheid te vlieden (y), eer op de eerfte, dan op de tweede

geCo) 2 Tim. IV: 16. II: 8. (p) Phil. I: 14. (?) 2 Tim. IV: 16. O) Hand, XXVIII: 30, 31.

(O 2 Tim. I: 16—18. Dezelve had hem reeds eertyds te Ephefe, alwaar zyne huisgenooten zich bevonden, 2 Tim. IV: 19. veele dienften beweezen, en waagde het thans zynenthalve naar Rome te reizen , om hem te verkwikken, en op veelcrhande wyze te onderfteunen. Daar integendeel zyne andere bekenden in Afie, onder anderen Phygellus en Hemogenes zich van hem vervreemd hadden, uit vreeze van zeiven in ongelegenheid te zullen geraaken, wanneer zy het lieten bemerken, dat zy het met hem hielden. Hoofdft. I: 15.

CO Hhil. II: 17.

(u) Hoofdft. I: 25, 26.

(*) 2 Tim. IV: 6—8.

(?) Hoofdft. II: 22.-

Sluiten