Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handelingen der Apofteien. Hoofdft. XXX. J19

gevangenis van Paulus pafte. Dan de tusfchenruimte van drie of vier jaaren maakt toch ten aanzien van den ouderdom van Timotheus geen groot onderfcheid, en fomtyds is ook by lieden van meer gevorderde jaaren eene zodaanige vermaaning juift niet overtollig. Maar de woorden , dat na zyne eerfte verantwoording door hem de Evangelie verkondiging beveftigd is (2), toonen niet zo zeer aan, dat hy hoop gehad hebbe, in 't toekomende nog de prediking des Evangeliums voorttezetten; maar alleen dit, dat daardoor voor allen anderen openbaar was geworden, dat de Chriftlyke leer het oproer niet begunftige. Dit was waarfchynlyk de hoofdbefchuldiging, welke men thans tegen Paulus als een voornaam fteunfel van de gezindheid der Chriftenen, die nu reeds zo verhaat was geworden 0)> ten voorfchyn had gebragt. En onder zyne befchuldigers en tegenftreevers had byzonder Alexander de Koperflaager uitgemunt (è). Ondertusfchen was zyn eerfte verhoor i voor den Stadhouder Helius Cafiarianus, welken Nero geduurénde zyne afweezigheid bykans onbepaalde magt medegedeeld bad (c), gelukkig genoeg afgeloopen. Paulus had zich onder den Godlyken byftand zo goed verdedigd, dat, offchoon het reeds beflooten was geweeft, om hem als eenen oproermaker, met

bc-

( z) Hoofdft. IV: 17.

(a)Men zie Suetonius in Nerone Cap. XVI. AffeBi Juppliciis Chriftiani, genus hominum fuperftitio?ris novae £ƒ male-

^C<>l'b) 2 Tim. IV: 14, *5- vergeleeken met Hand XIX: 33. Maar, dewyl hy thans, gelyk het fchynt, naar Afie terug was gekeerd; zo waarfchouwt Paulus Timotheus, om zich voor hem te hoeden. (c) Men zie Dio Cassius Libr. LX1II. Hift. Roman;

Kk 4

Sluiten