Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5io Oplosflng der zwaarigheden in de

berooving van zyn Romeinfch Burgerrecht, den Leeuwen voortewerpen , hy nogthans voor dit maal nog van deeze wreede ftraf verfchoond gebieeven , en met het leeven 'er afgekomen is (<f). Doch het was veelligt bereids vaftgefteld, dat hy fterven moeft, maar dat zulks misfchien tot de terugkomft van Nero uitgefteld was. Dat zag de Apoftel Paulus wel vooraf, en vertrooftte zich met zyne fpoedige verlosfing van alle rampen, en zynen overgang in het henaelfch Koningryk (e)Wyl hy ondertusfchen nog hoopen kon den winter te zullen beleeven; zo wenlchte hy zynen geliefden Timotheus nog ter goeder laatfte te fpreeken C f) '• te meer, wyl by thans, behalve Lucas, geene zyner gewoone hulpgenooten by zich had (g).

Hy fchreef derhalve deezen Brief aan hem, hy mag zich nu te Epheje zelve, of op eene andere plaats in Klein Jfie opgehouden hebben; erinnert hem aan de vervolging, die hy reeds voor veele jaaren ondergaan had, eer nog Timotheus zyn hulpgenoot geworden was, maar waardoor hy zich nogthans had laaten affchrikken om hem te volgen (h), en vermaant hem, alle vlyt aantewende, om hoe eer hoe liever , en nog voor de intrecde van den winter by hem te komen (Doch, vermits het echter nog onzeker was, of hy wel zyne aankomft beleeven zou, en hem mondelyk de noodige be-

ve-

(dj Tim. IV: 16, 17.

(e) Vers 18.

(ƒ) Hoofdft. I: 4-

(g) Want Crescens was naar Galatie, en Titus naarDaimatie gereifd ; maar Tychicus had hy naar Ephefe gezon,-s den. 2 Tm IV; 10—12.

(hj Hoofdft. III: 21.

CO Hoofdft. IV: 0, 21.

Sluiten