is toegevoegd aan uw favorieten.

Bladwyzer op de Inleiding, door Joh. Mart. Hoffmann, tot de Oordeelkundige bijbelverklaaring van Theod. Christoph. Lilienthal, en op het geheele werk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORNAAMSTE ZAAKEN. 233

Verdeeling vanCanaan. XIII.

403-407Verborde (Jezus geneest ee nen menfche met eene) hand. X. 181, 132. XVI.

341-343. • Verdorvenheid (De natuur lyke) van den mensch word beweezen. I. 36 enz.

- (Wegens de) van den Mensch is de kennis van den Natuurlyken Godsdienst niet genoegzaam ter verkryging der Zaligheid.

I. 7679. ., (Hoe uit de tegen, woordige) van den Mensch de Noodzaaklykheid eener nadere Goddelyke Openbaaring voort vloeyt. I. 82.84.

Verdrinken. Geen onge woone Itraf by den Jooden. XVI. 598 aant. '

Vergadering des Heeren. Wac men daar door te verftaan hebbe. VI. 248.

Vergeeven (Wat de H. Schrift leert omtrent het) der misdaaden aan onzen naasten. V. 361 -364. XVI. 601 - 603.

Vergeeving der Zonde kan God niet bewyzen dan onder eene zekere voorwaarde. I. 50, 51. Deeze voor waarde kan niet zyn het . berouw over gepleegde zonden en de beterfchap voer het toekomende. I. 52"5S. De eigenlyke voorwaarde is voldoening. I. 53. Tegenwerpingen > hier tegen

ingebragt, beantwoord. I,

57; «1.

(Welk een onderfcheid 'er zy tusfchen de) der zonde onder het O. en N. Tes» tament. II. 292. . (Hoe het te verftaan zy dat 'er geen) gefchiede zonder bloedftorting. III. 95-

Verharden van menfchen, hoe aan God kan worden toegefchreven.IV. 211-233. Zie verjiokken.

Verueerlyking (Zwaarigheden omtrent de) van Jezus op den berg, opgeloscht. X. 276-295.

Verheerlykt Lichaam. Wat denkbeeld men van het zelve te maaken hebbe. XI. 37. aant. 248.

Vereeerd (Hos God) gezegd kan worden hy den verkeer, den. IV. 210.

Verkiezing van Jacob boven Esau , zwaarigheden hier omtrent opgeloscht. III. 603.

Verkoopen (Of het) van eene Dochter by de Israëliten onrechtmaatig zy geweest. V. 421, 422.

" van zyne goederen ,

in welken zin door Jezus geboden. V. 432.

Verleiding (De; van Adam is geen bewys dat hy in een ftaat van onkunde gefchapen is. XII. 282. ■ (De) van Adam en

• Eva door den Duivel is geen Leenfpreuk. IV. 139-144.

P 4 Vee