Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 )

Ik herzeide: Indien hij het zoo niet gemeend 1 heeft, dan is het niet minder fchuldpligtig en I broederlijk, dat wij hem daar over gaan fpreeI ken. Ik althans zal dit ten allereerften doen.

Gecnmensch, die redelijk denkt, kan dit ; mijn voorneemen misprijzen, maar zal het in tegendeel als voorzigtig en edelmoedigbefchou1 wen, wanneer een Leeraar, tot welke gezindI heid hij ook behoort, van zijnen Amptgenoot op den Predikftoel dingen hoorende, welke naar zijn oordeel onbeftaanbaar zijn met deLeet re van zijn Kerk-genootfchap, daar over terftond zijnen Medebroeder in het vriendelijke ; gaat onderhouden.

Ik bepaalde daarom de uitvoering deezes i voorneemens op de eerfte tij ds - gelegenheid, welke ik wist zeer kort hier op te zullen voli gen; dat is, op 's Maandags avond daar aan, toen ons gewoon veertien-daagsch gezelfchap 1 ftond gehouden te worden, ten einde als dan Do: ten broek afzonderlijk mijne bedenkingen mede te deelen.

Intusfchen, het geen geheel niet te bewonderen is, hoorde ik reeds 's anderen daags, dat is, Vrijdags den 15 Maart 178a, (zonder dat ik 'er naar vraagde of'er aanleiding toe gaf) hoe ook verfcheidene hoorders van die leerreden zich aan boven gemelde gezegdens zeer hadden C ge.

Sluiten