is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize rondom de waereld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WAERELD. [Dec. 1769] 197

zien hebben. Wij hielden zuidwaarts aan tot middernacht wanneer wij het lieten wenden en noordwaarts ftuurden.

Des morgens ten vier uuren verhefte de wind en ten negen uuren woei het een ftorm, zoo dat wij genoodzaakt waren met het fchip onder het groot zeil bij te leggen. De koers, die wij tusfehen gisteren en heden op den middag gemaakt hadden was Z. Z. W. \ W. elf Engelfche mijlen. De drie Koningen waren nu ten N. 27 O. van ons op den afftand van zeven en zeventig Engelfche mijlen. De koelte bleef deezen geheelen dag aanhouden en tot den volgenden morgen ten twee uuren, wanneer de wind gong leggen en naar het Z. en Z. W. begon te draaien, daar hij omtrent vier uuren bleef ftaan, wanneer wij zeil maakten en oostwaarts naar land ftuurden onder de fok en het groot zeil; doch den wind alstoen verheffende en ten agt uuren tot een orkaan aangegroeid zijnde, met eene ontzagchelijke hooge zee , waren wij genoodzaakt het groot - zeil in te haaien ; toen lieten wij het fchip voor den wind wenden en maakten een bijlegger met de boeg naar het noordwesten. Op den middag was de bui wat bedaard maar wij hadden nog zwaare rukwinden. Wij hadden deezen dag negen en twintig Engelfche mijlen noordwaarts een weinig oostlijk afgelegd, onze Breedte was naar rekening 340 50' Z. onze Lengte 18 8° 27' W. De drie Koningen waren ten N.

N 3 4'