Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WAERELD. {Dec. 1773] 529

„ re, en ik was van dezelfde gedagte, want ik „ twijfelde nog dat zij menfchen-eeters waren, „ waarvan wij egter door de ijslijkfte en onwe„ derfpreeklijkfte bewijzen overtuigd wierden.

„ Daar lagen omtrent twintig manden op het „ ftrand, die toegebonden waren; wij fneeden „ dezelve open. Enige waren vol gebraaden „ vleesch en andere vol varen-wortel, die hun „ voor brood dient. Verder zoekende, vonden „ wij nog meerdere fchoenen, en eene hand, die ,, wij onmiddelijk herkenden voor de hand van „ thomas hill, een van ons volk van de bak, „ naardien zij met T. H. getekend was door mid„ del van een Otahitisch priktuig. Ik gong met „ enige van het volk een eindjen het bosch in, ,, maar zag niets meer. Wéder naar het ftrand koo„ mende, vonden wij eene ronde plek van omtrent „ vier voeten middellijn, met verfche aarde be„ dekt, daar iets begraaven was. Geene fpade bij „ ons hebbende, begonnen wij met eenen harts„ vanger te graaven, en ondertusfchen ftootede ik „ de kano in het water, met voorneemen van die ,, te vernielen, maar over den naaften berg eenen ,, zwaaren rook ziende opgaan, deed ik al het „ volk in de floep koomen, en maakte allen haast „ om 'er voor zonne - ondergang te wezen.

„ Voor de volgende baai, de Gras-Bogt, „ koomende, zagen wij vier kanos, eene enkele „ en drie dubbele, en zeer veel volk op hec P 3 „ ftrand,

Sluiten