Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*3o [D«f. 1773] REIZE RONDOM

„ ftrand, dat, op onze nadering, naar een berg. „ jen week, binnen een fchips lengte van den, „ water - kant, daar het tegens ons ftond te fpree,, ken. Op den top van de hoogten, agter de „ bosfchen, was een groot vuur, van waar den „ geheelen weg langs, den bergaf, een gedrang „ was gelijk eene kermis. Toen wij de bogt in„ voeren, liet ik een musket affchieten op eene ,, van de kanos, alzoo ik vermoeden had dat zij „ vol volk ware, dat op den bodem van dezelve „ neder lag, want zij waren alle driftig, maar „ daar was niemand in. De Wilden op het heu„ veltjen bleeven ons nog toeroepen, en ons te„ kenen doen dat wij aan land zouden koomen. „ Zoo dra wij egter digt bij gekoomen waren» „ vuurden wij alle. De eerfte afvuuring fcheen „ hen niet veel aan te doen, maar, bij de tweev de j begonnen zij zoo fpoedig zij konden weg „ te klauteren, fommige huilende. Wij blee„ ven vuuren zoo lang wij maar eene fcheme„ ring van eenen van hun door de ftruiken za„ gen. Onder de Indiaanen waren twee zeer „ kloeke mannen, die geen fchijn deeden van te „ wijken, voor zij zig door de hunne verlaaten „ zagen, en toen flapten zij met veel bedaardheid „ langzaam weg, terwijl hunne fierheid hen niet„ toeliet te loopen. Een hunner egter viel ne„ der en bleef liggen, of kroop weg op handen „ en voeten. De ander geraakte vrij zonder dat

» hij

Sluiten