Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE BRIEF.

Gy

hebt my over Lowth kwalyk verftaan. Ik bemin en waardeer zyn boek (*) als aangenaam en nuttig, ik ben ook geheel niet op de zyde van hun, die in hunnen GlAssius meenen alles te vinden, wat in hem ftaat. Zo algemeen en fierlyk heeft Glassius de zaak niet befchouwd: de voorlezingen over den Parabolifchen ftylder Hebreen, over de hun eigene Metaphoren , Beelden en Allegoriën, nog meer de voorftellingen van byzondere ftukken en het geen daar over gezegd word, zyn fchoon, in het fraaie Latyn worden zy nog aannemelyker, en met de aanmerkingen vanMichac!lis, die dikwils den tekst overtreffen, en één van zyne beste werken zyn, word het boek eene goede inleiding van verre in de Dichtkundige fchriften van het Oude Testament. Ik verzoek, datgy het met der haast leest, bemint, en met het zelve hog een of twee andere boeken (**) verbinden

wilt,

(*) De- facra ptefi Heéi\eorum. Gottingen 176S. 2 Vol. ivo.

(*) Wilhelm Jojnes Comment. poefeos Ajiat. edit. Eichhorn, Lipf. 1777 groot Bvo. En John Richardsons Ab-

band/.

Sluiten