is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van eenen Amerikaenschen landman.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN ANDRIES DEN HEBRID3 è*R. I03

deze, vertrouwe ik, zullen mij niet bedriegen. Ik heb een getuigfchrift meegebracht van onzen Leeraer op Barra, kan mij dit hier van eenigen dienst zijn ? — Jakob. o ! Ja ; maer uw toekomende voorfpoed zal geheel afhangen van uw eigen gedrag; indien gij een matig man zijt, zoo als het getuigfchrift zegt, en arbeidzaem , en eerlijk, dan is 'er geen vreze voor, of 't zal wel gaen met u; hebt gij eemg geld

meegebracht, Andries? Jndries. Ja,

Sir! elfen een halve guinie. Dit is, op mijn woord, al een vrij groote fom voor een eilander van Barra. Jakob. hoe kwaemt gij aen

zoo veel geld? Jndries. Wel, zeven jaeren geleden kreeg ik een erfenis van zeven en dertig pond (*) van eenen Oom, die veel van mij hield; mijn Vrouw bracht mij twee guinies, toen onze Heer haer aen mij ter Vrouwe gaf, welke ik federd altijd bewaerd hebbe. Ik heb alles, wat ik had, verkocht, en werkte

eenigen tijd te Glasgow. Jakob. Ik veï-

heuge mij, te hooren , dat gij zoo zuinig en voorzichtig zijt; dit moet gij blijven;gij moet u bij eenige goede luiden verhuuren ; — wat kunt

gij doen ? Jndries. Ik kan een weinig dor-

fchen en de fpade gebruiken. Jakob. kunt

gij ploegen? Jndries. ja, Sir! met den

klee-

(*) Zeer waerfchijnlijk moet men hier door verftaen Schotfche ponden, van twintig Engelfche Huivers; daer de erfenis, naer Engelfche ponden gerekend, veel booger zou geweest zijn dan de elf en een halve guinie, welke Andries medebracht; ondertusfchen fchijnt het veeleer.dat hij de erfenis vermeerderd had, en met de twee guinies zijner Vrouw, door zijn arbeid in Glasgow. vert.

G 4