Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l»4 NEGENDE BRIEF; BEDENKINGEN

lands, in het doolhof der rechten hun geheele erflijke bezitting verloren hebben. Deze menfchen zijn met meer recht wetgevers dan uitleggers der wettenoemen, en hebben hier, zoowel als in de meefte andere Gewesten, de listen en de fchranderheit der Schriftgeleerden vereenigd met de magt en heeschzncht van den Vorst; wie weet, waer dit nog ten eenigen dage op zal uitloopen? De natuur onzer wetten, en de geest van vrijheit , welke dikwijls dient, om ons twistziek te maken, moet noodzaeklijk het grooter deel der eigendommen van de Volkplantingen brengen in de handen van deze Heeren. In een volgende eeuw zullen de Rechtsgeleerden in het Noorden bezitten , 't geen nu de Geestlijken bezitten in Feru en Mexico.

Zoud gij wel denken, dat, terwijl alles blijdfchap , vrolijke pracht, en genoegen is in Charles-town, tooneeien van elenden verfpreid zijn over het Gewest van rondsomme! de ooren zijn hier door gewoonte doof, de harten verhard geworden ; zij zien , noch hooren, noch gevoelen de elenden hunner arme flaeven, van wier harden arbeid al hun welvaert voortvloeit. De ijslijkheden der flavernij en het harde'van een onophoudlijk flaven worden niet opgemerkt; niemand denkt met medelijden aen die regenvlaegen van zweet en traenen, welke dagelijks uit de oogen en van de lichaemen der Afrikaenennederdruipen, en den grond bevochtigen , welken zij bearbeiden. Het geklap derzweepen, waer meê men deze elendige wezens tot eenen buitenfpoorig zwae-

ren

Sluiten