Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f. tR.flV-

den mede door het Hoj beflist.

1.19. De

Loot ing gefchiedt verdci over alle de Leden,

§.20. Van

de uitgeloott Perfoon bentiis te geven eau den Agent.

Ook aan de Perfoon zelve, indien hyafwezig is.

§.02. Byëenkomst dier VierfcJutar.

23. Orde op het Jroorzitterfchape» den rang der Leden.

$. 24. Eed.

C 5*4 )

Art. 18.

De beflisfïng daar van wordt mede overgelaten aan het Gerechtshof, het welk dc Looting zal doen.

Art. 19.

De Loöting gefchiedt over alle de overige Leden, niet tot de voorfchreven uitgezonderden behoorende, zonder onderfcheid of dezelve daar by al of niet tegenwoordig zyn.

Art. 20.

Zoodra de Looting gefchied is, geeft het Hof daar van, en van de Perfoon op wien hat Lot gevallen is, kennis aan den Agent va» Juftitie.

Art. 21.

Indien de Perfoon, op wien het Lot gevalleu is, mogt afwezig zyn, tragt het Hof hem daadciyk daarvan kennis te geven , des noods, door het fchryven na de plaats, waar hy gegist wordt zich te bevinden.

Art. 22.

De Leden der Departementaale Gerechtshoven , daartoe by de voorzeide Looting .benoemd, vervoegen zich ter beftemder tyd en plaats, tot het formeeren der Vierfchaar.

Art. 03.

Het Lid uit dat Gerechtshof, 't welk terdier tyd zyn laatfte tourbeurt heeft, is Pralïdent; en op gelyke wyze is de rang der overige Leden altyd gerigt naar het minfte getal der touren, welke het Hof, waar uit ieder Lid benoemd is, volgends den Rooster nog heeft :e vervullen.

Art. 24.

De Praefident en de aanwezende Leden leggen by hunne eerfte famcnkonist, alvoorens iets anders te verrichten, ieder op de wyze

mei

Sluiten