Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 VERHANDELING OVER DEN

eerfle uit het wel-, de tweede nit het niet betragten van dien pligt voortvloeijen. Zoo zeer intusfehen, het zich voordellen van die gevolgen, het hart van een eerlyk en Vaderlandlievend regter alleen kan overhaalen, om de wetten tot zyn eenig rigtfnoer te houden; evenzeer, ishy, uit aanmerking dier gevolgen wel dcgelyk verpligt, niet anders te bandelen : De behartiging des algemeen en welzyns begaat niet alleen in het in fland houden van die dingen, zonder welken de maatfehappy niet beftaan kan, gelyk wy bereids gezegd hebben; maar ten anderen, ook hier in, dat een yder in alle zyne betrekkingen, de maatfehappy de vrugtcn haarer inrigtingen doe genieten, om dat dit voor een yder van de uitgebreidfte nuttigheid is; en dat hy zorgvuldig vermyde, door een tegenovergefteld gedrag, zulke nadeelen te berokkenen, als dat noodzaaklyk zou moeten te weeg brengen. Wanneer wy dit op den regter, als medelid van de burgcrlyke vereeniging toepasfen; befpeuren wy eenen nieuwen, fchoon uit denzelvden bron, als de vorige, ontftaanden grond, voor die verpligting, waar over wy hier handelen: Een regter moet in zyne gewysden van het regt niet afgaan; om dat dit voor de maatfehappy allerverdervlykst; hy moet naar den inhoud van de wetten vonnisfen, om dat dit voor dezelve alleraangelegenst is. Wanneer hy dit betragt, dan behartigt hy haar welwezen; en dit te doen is zyne verpligting.

§• XII. Maar is het in de daad zoo met die gevolgen? Zouden zy zoo fchaadlyk zyn? Is dat

pu-

Sluiten