Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Hedendaags che les e

door Herodotus aan ons medegedeelt, fchoon eenigzlns waarheid bevattende, kan echter niet veel ftaat gemaakt worden; dewijl het zelve niet getrokken is uit echte befcheiden, maar uit berichten aan hem medegedeelt door de priesters van dat land. Bij voorbeeld, die ernstige doch bijgeloovige fchrijver verhaalt ons een ongerijmd Jtprookje wegens Pfammetichus, één der koningen van Egijpte, die verlangende te weten, welk volk het oudfte ware, bevel gaf twee kinderen zoodanig optevoeden, dat zij met geen mogelijkheid een eenig woord bij navolging konden leeren uitten. Toen zij nu twee jaren oud waren, riepen zij beiden eensklaps uit Bcccos, het welk in de Phrijgifche taal brood betekende. Sints dien tijd Honden de Egijptenaren de aanfpraak op de oudheid af aan de Phrijgiërs (i). Indien het geval waar zij, dan is het waarfchijnlijk dat zij de bee van het fchaap nabootsten in het eerfte woord dat zij uitlpraken. Kinderen leeren de woorden bij nabootzing, zij hebben het vermogen van natebootzen, en door dikwijls herhalen verkrijgen zij de hebbelijkheid van fpreken. Goropius Becanus, zegt een hedendaagsch gefchiedlchrijver, tracht uit het zelfde fbrookje te bewijzen, dat het Hoogduitsch de eerfte lpraak wa.s, pm dat Becker in die taal een bakker betekent (k).

0') Hero doot. (k) De Abt Millot.

Sluiten