is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der algemeene geschiedenis van de agtste tot de agttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïi6 Heeendaagsche les n.

dienst, wierden de fcheidsmannen der koningrijken, befchikten over kroonen en beftuurden de zaken van den ftaat. — Men was genoodzaakt ben in alles raadteplegen, om dat de geringe kennis, welke toen nog in Europa heerschte, bij hen te vinden was; en dewijl 'er tusfehen de belangens van de geestlijkheid en leken eene tegenkanting ontftond, veroorzaakte zulks eene ijverzucht, welke de bron wierd van veele wanorders. Als toen namen de bedienaars van den godsdienst toevlugt tot loosheid en arglistigheid, van welke zij zich tegen hunne magtiger vijanden bedienden. Zij verzonnen gebeurtenisfen om hen te verichrikken, gebruikten geestelijke wapens om hunne eige wereldlijke bezittingen te verdedigen, en veranderden de zachtmoedige taal der Christelijke liefde in booze vervloekingen. De goedertierne godsdienst van Jefus ademde in den mond van deszelfs bedienaars niet dan fchrik. Geharnaste priesters verdedigden met geweld van wapenen hunne eige landen of vielen op die van anderen aan. Bij den blixem van de kerk, welke gelegenheid tot zoo veele oorlogen en omwentelingen gaf, voegden zij de hulp van het zwaard. Zij moedigden de onkunde aan en onderdrukten alle kennis, ten einde met te willekeuriger gezach over de menfehen te kunnen heerfchen. Zij maakten verborgenheden van alles; de waarheid mogt zich niet vertoonen, en de rede wierdt door 't bijgeloof aan banden gelegt.

Had»