is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der algemeene geschiedenis van de agtste tot de agttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

les n. Geschiedenis. 117

Hadden de misbruiken, die in den godsdienst flopen, geene onheilen voortgebragt, hadden de bijgeloovige dwalingen, welke zoo lang de hedendaagfche volkeren van Europa bcfmetteden, geeneh fchadelijken invloed gehad op de maatfehappij, wij zouden ons niet opgehouden hebben met omftandigheden, welke niet flechts ten fchande ftrekken van den godsdienst, maar ook van deszelfs bedienaren. Het Christendom, in deszelfs ware licht befchouwt, is een zuivere en heilige godsdienst, aller menfehen eerbied waardig; deszelfs leerftellingen zijn godlijk; deszelfs zedekunde rein, volmaakt en verheven, de les van algemeene liefdadigheid of liefde, zoo gefchikt om 's menfehen geluk te bevorderen en te verzekeren, is zelfs van oneindig meer waarde dan alle de wijsheid der wijsgeeren. Deszelfs eerdienst, niet die, welke door 's menfehen verbeelding is verzonnen, maar die welke door deszelfs goddelijken nuchter wierd voorgelchreven, is eenvoudig, zuiver, komt uit het hart voort en is overeenltemmende met de rede. Deszelfs lesfen, welke door de onkunde verdraait en verwrongen zijn, verheffen de ziel en veredelen den mensch. In één woord, voor hem, die zich beijvert den geest van den Christelijken godsdienst te kennen, is hij groots en goddelijk, 'tls geenzins die geest, welke aan de aarde zoo veele onheilen brouwde; neen, het was de geest van bijgeloof, welke misdaden koesterde, door U 3 de