is toegevoegd aan uw favorieten.

De vrouw naar de waereld, blyspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 DE VROUW NAAR DE WAERELD,

TWAALFDE TOONEEL.

van Randolf, Hanna, de Heer van Milb a e h en de Heer van Hoogwoud, aan de eene zyde achterwaarts, zodat zy door van Randolf in 't geheet niet worden gezien.

Hanna, van Randolf te gemoet loopende, zo

Odra hy even binnen de deur is. ch, Mynheer, wat is 't goed dat gy komt! hoe laat gy uw lang wegblyven 't gezellchap zo verveelen? van Randolf.

Waar is zy ?

Hanna. Wie ? Mevrouw ? van Randolf.

Wie anders? Hanna.

Zy is reeds aan

; 't werk met het gezelfchap.

van Randolf, fchielyk heenlocp°nde.

Nu al aan 't lpeelen! Hanna, hem achterna, roepende. Repje, Mynheer, repje! de tyd is kostelyk..

Mileach. Tegen Hanna.

Die fchoelje! gaa

binnen; ik volg terftond. -DERTIENDE TOONEEL. De Heeren van Hoogwoud e» van Milbach.

OHoogwoud. nbefchaamde Galgebrok! het is goed dat ik u zie. Gy loopt my van-zelv' in den mond. Maar, Guit, 't word tyd dat men u ontmomt.

Mil-