Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxvi VOORREDE.

heid, de kragt der vrije genade van onzen Heere Jesus Christus, en de noodzaakelijkheid van eenen heiligen wandel, overeenkomftig het Euangelie der Godlijke Genade, gelooven, en in daadelijke beoefening trachten te brengen, om dus eikanderen ter bevordering van de groote hoofdzaak , het zalig worden door Jesus Christus, nuttig te zijn. Terwijl zij dus, fchoon eene, naar hun oordeel, betere Kerk-tucht hebbende, en welke veel nader komt aan de eerfte Christen Kerk, (welke zij nochtans erkennen, dat in uitgebreide Gemeenten onder de Protes. tanten wegens verfcheidenegewigtige béletfelen, niet wel alomme op die wijze kan werden ingevoerd,) verklaaren, Leden te zijn en te blijven van de Protestantfche Kerk, het zij die onder den naam van Hervormden, Euangelisch Lutherfchen, of ook zuivere Mennonieten, of Doopsgezinden voorkomen. Welker braave Leeraars, zoo wel als de ftichtelijke Leden van die afzonderlijke Gemeenten , zij hoogachten , en ook geene zwaarigheid maaken, uit handen van die Leeraaren, als 't hun wordt toegeftaan, het H. Avondmaal te ontvangen , en in broederlijke vereeniging met zulke Christenen, fchoon zich verzameld hebbende tot eene bijzondere Kerkgemeenfchap, overeenkomende de hun bijzonder eigene gevoelens, van den zoendood des ge. zegenden Heilands, als de eenige oorzaak van leven , en zaligheid voor arme zondaaren, onder het gebruik van dat plegtig Bondzegel der Christenen, geioovige, en godvruchtige gedachtenis te vieren. Gelijk ook die Leden onder hen, die zich zei ven oor fpr ongelijk rekenen te behoor en

tot

Sluiten