Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUANGEXISCHE 5 R O E BE R-UNITEIT*

heid der Euangelifche leer te doen wederkeeren, waarin zij echter voor het grootfte gedeelte niet Haagden, maar zich daarenboven menigvuldige verwijtingen op den hals haalden van aanzienlijke Godgeleerden, welke den Graal van Zinzendorf, uit hoofde van zijn toegeevend gedrag jegens deze partijen befchuldigden, een indifferentist, dat is, onverfchillig omtrent den Godsdienst, te zijn.

Dan ik moet, aleer ik met de gefchiedenisfer van de uithreiding der Broederen voortgaa, nos van eene omftandigheid gewag maaken, die ir dit tijdffcip voorviel, en voor de zaak der Broederen van belang was. Daar wierden nog aan houdend menfchen onder, en buiten hen ge von den, welke de Broederen wilden beweegen , vat hunne bijzondere gemeente-inrichting aftezien De Graaf van Zinzendorf bragt het voor ftel, dat toch de Broederen geheel, en al to de Lutherfche Kerk - inrichting mogten over gaan, op nieuw, en met veele drangredenen ij overweeging, gedeeltelijk, wijl hij 'van veel uitheem'che Geleerden, en Staatsmannen daa over aangefproken wierd, gedeeltelijk uit liefd tot die Kerk, in welke hij gebooren was, t) gedeeltelijk uit overtuiging, van gehouden te zij: het nog eens te beproeven, zijnde als voorftande der gemeente verplicht, haare zaake nu, en in ' vervolg te verdeedigen. De Moravifche Broe deren verzetteden zich zeer ernftig daar tegen zich beroepende op hunne inrichting, welk ouder was, dan die der Proteftanten, en eve gelijk hunnen Vaderen hun zoo waard, en diei baar, dat zij haare haave, en goederen hac den achterge'aaten, om daar van niet beroof te worden. Zij beliepen zich op 't geene b« H 4 reit

172S

i

is

Sluiten