Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. Boek. HISTORIE. i3

geen goede oogen aanzien. Hij verzamelt ee talrijk leger; werpt eene flerke vestinge op welke het beginfe! der Stad Dordrecht' was die vesting verzekerde hem van de betwist jagt en visfcherij, maar gaf ook aanleiding tot het heffen der tollen van alle waaren die den ftroom op en afgevoerd werden.

Dit laatfle, gelijk het een blijk van 's Graa ven gezag en ondernemenden aart oplevert, zoo was het ook tot afbreuk van den koop handel , welks welvaart den Graave minder ter harte ging, dan zijne eigene grootheid. De kooplieden, vooral die van Tiel, vielen 'er klagtig over aan Keizer Henrik den 11*, zonder wiens kennisfe Graaf Dirk dezen tol fcheen ingevoerd te hebben. Hunne klagten, waar bij Bisfchop Adelbold de zijne voegde, vonden ingang bij den Keizer, in zoo verre, dat hij bevel gaf, om Dordrecht te flechten, en de Friezen van daar te verdrijven; waartoe Godefrid, Hertog van Lotharingen, en Adelbold zelf, die van een Oorlogzuchtigen aart was, last ontfingen. Dezen lieten niets onbeproefd ; doch Graaf Dirk behaalde meer dan ééne overwinninge. Hij maakte zich, eerst, meeller van het land, omtrent Bodegrave gelegen, en waar over zekere Dirk Bavo, of zoon van Bavo, nu, als Markgraaf het bewind voerde; naderhand, gaf hij de nederlaag aan Adelbold, ten koste van 't leven veeier Stichtfche Edelen. Doch van grooter belang was de ftrijd,J omtrent de Merwe voorgevallen. Hertog Go- j defrid en zijne bondgenooten hadden, op den Waalftroom bij Nieuwmegen, een goed aantal fchepen bijééngebragt; doch hunne manI a fchap

i n

' Begin van ; Dordrecht,

! l0I5-

' Tollen aldaar.

Klagten der Kooplieden , tegén den Graave, bij denKeizer.

Zijne ondernemingtegen Dordrecht.

IOl8.

Voorspoed van 3irk den II.

trijd om« •ent de lerwe.

Sluiten