Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s

Koning Willem in levensgevaar te Otrecht.

1255-

Opdam der West friezen te gen hem.

Hii trel; tegen de zeiven 01

laVADERLANDSCHE VIII. Boek;

ieulfche kerke, door de verheffinge vanVianJen onlangs ledig geworden.

Hoewel het Sticht, na dien tijd, eene tamelijke ruste onder 't beltier van Bisfchop Henrik genoot, fchijnen echter fommigen op Koning Willem misnoegd geweest te zijn. Want in den aanvang des jaars 1255 te Utrecht komende, werdt hem door een' onbekenden een zwaare Heen naar 't hoofd geworpen, en hij hier door in levens gevaar gebragt. De daader was te zoeken. De Koning, voor grooter onheil beducht, trok verftoord terftaduit, en verweet der burgerije haare ondankbaarheid voor de weldaaden, welke hij haar, noch geen vier jaaren geleden, bewezen hadt, en waar onder uitmuntte eene plegtige verklaring, dac niemand de Utrechtfchen in rechten betrekken mo«ne, dan voor den Bisfchop. 'tWasnaauwlijks te vermoeden, dat iemand uit den gemeenen hoop, uit eigene beweginge, en zonder hier toe door anderen aangehist te zijn, tot zoo een ftout beftaan zou hebben durven komen. De Koning deedt wijslijk, dat hij zich, eer het erger liep, naar elders begaf. 1 Hier toe noodzaakte hem ook de ophand "der Wesrfriezen. Tegen hen hadt Koning Wil'lem het flot Heemskerk, in 'tjaar 1252, doen opwerpen, en, twee jaaren later, hetflot lorenbrug. bij Alkmaar. - Doch de Westfriezen, hier door meer getergd dan bedwongen, noodzaakten hem, in den winter des jaars 1255, tot een' tocht, die hachelijk en voor hem doot delijk was. Met zijn leger uit Holland opgebroken zijnde, trok hij naar Alkmaar, welke 'flad hem toegedaan was, en van hief naar

Sluiten