Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste leerreden

de vloeker geen achtflaat op de bedreigingen van den Almagtigcn , maar roekeloos zijnen mond tegen den hemel opent, en god lastert, om wicn te zegenen hij gefchapen was j dan , wanneer zijne ziel naakt zal ftaan voor den leevenden god, dan zal hij zijne verbaazende onzinnigheid en godloosheid bezeffen: Hij zal ondervinden , wat die vreeslijke aankondiging in zich bevat: De heere zal het niet onfchuldig houden ! En, in de daad, de volkomen meening en bittere inhoud van dezelve kan niet dan door het gevoel en treurige ondervinding gekend worden.

Dan zullen wij moeten verantwoorden voor elk ijdel woord, en hoe veel meer voor alle toornige, driftige , en wraakzuchtige ! hoe veelmeer voor onheilige, fpottende, en vuile redenen ! O zalig dan hij, gelukkig zij,

wiens mond geoefend is in wijsheid, en wier tongen met oordeel fpreken; zij zullen, zegt ds heer der Heirfchaaren, te dien dage, dien ik maaken zal, mij een eigendom zijn; en ik zal hen verfchoonen , gelijk een man zijnen zoon verfchoont, die hem dient (*)•

Dit laatfte en groot onderzoek zal zich nog

ver-

(*) Mal. ui; 17.

Sluiten