is toegevoegd aan uw favorieten.

Mengelpoezy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G £ L P O E Z IJ. 4P Darthula, dit's de taal, die ge uitede op dien frond. — Maar thands zweeft de aakligheid desnachtfchriksomiTrond, Oe mist misleide uw hulk; de wind vervoerde uw zeilen, pn deed u in den ftreek van uw verlangen feilen, darthula! hoor 't geloei van 't faamgepreste zwerk! ïoud op, gij Noordenwind, en ftel uw grommen perk ! aat me aan heur teedre ftem een luistrend oor verkenen J eminlijk klinkt heur toon door 't fïormgebulder henen,

. „ Zijn dit de rotten dan van Nathos (vraagt de Maagd) 1 dit het lïroomgeruisch dat van zijn heuvlen jaagt? pet gindfche lichtftraal uit zijns vaders nachtvertrekken, :en 't nevelachtig weêr ons naauwlijks laat ontdekken ?— |! 't licht van mijne ziel huist in die burcht alleen! ar - Usnoths dierbre zoon! — wat vreemde angstvalligheénl I afgebroken zucht heeft recht mijn hart te ontrusten, Nathos! zijn we licht op vijandlijke kusten?"

S Dit zijn (dus andwoord hij) uws Nathos rotten niet, i:h 't ruitenen van den aroom, die van zijn heuvlen teniet, D Dk