is toegevoegd aan uw favorieten.

Mengelpoezy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50 M E N G E L P O E Z IJ.

Die lichtftraal koomt niet voort uit Usnoths nachtvertrekken. I Neen, de afftand is te wijd, om hier hun licht teontdekken. Wij zijn in vijandlijk, in wreeden Kairbars land, Darthula! Ja de wind verzeilde ons op dit ftrand. •t Is Erin, dat gij hier zijn heuvlen op ziet beuren. Mijnbroeders,haastenweons,een fchuilplaats op te fpcuren! Gij, Athos, neem uw' weg naar 'tNoorden,landwaartop; Ardijn, houdt gij de kust tot gindfchen torentop; Daar ik, van mijne zijde, op dezen ftrandweg pasfe, Dat ons de vijand hier in 't duister niet verrasfe, En alle hoop ontrukke op 't vaderlijk gewest! En gij, mijn dierbaarst heil! Gij,* eenigst, dat mij rest!'; Darthula! zet u neer, en toef hier middlerwijlen: Mijn zwaard zal om u zijn, als 'sHemels blikfempijlen."|

Hij ging; zij bleef alleen. De onmetelijke vloed Befpoek het deinend ftrand, en breekt zich voor heur'voet, Een dikke traan ftaat in heur oog, dat t'elken ftonde Naar Nathos weerkomst ziet, angstvallig ziet in 't ronde, Haar ziel wordt met den wind, nu hier, dan ginds gefleur

l